Update omtrent de Tijdelijke Regeling DAEB

Op onze website berichtten wij eerder ( link ) dat corporaties het niet eens waren met de EU-beschikking d.d. 15 december 20009 waarin door de Europese Commissie is vastgelegd c.q. nader verduidelijkt onder welke voorwaarden er aan woningcorporaties (woco’s) staatssteun mag worden verleend die verenigbaar is met de staatssteunregels voor Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Door middel van de Tijdelijke Regeling DAEB is de EU-beschikking in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Eén van de voorwaarden is dat een woco verplicht is om minimaal 90% van haar woningen te verhuren aan huishoudens die jaarlijks een belastbaar inkomen hebben van maximaal €.33.614,00, waarbij de maximale huur niet hoger mag zijn dan €.647,53. De vrees van de woco’s was destijds dat deze EU-beschikking voor grote problemen zou zorgen, onder andere doordat huishoudens met een bescheiden middeninkomen niet langer meer in aanmerking zouden komen voor een sociale huurwoning. Sindsdien is er weer de nodige tijd verstreken en in dit artikel wordt kort in gegaan op de recente ontwikkelingen.
 
Inmiddels heeft er – na een lobby van Aedes – een wijziging plaatsgevonden ten aanzien van de Tijdelijke Regeling DAEB. Op 27 juni 2011 is middels een ministeriële regeling artikel 5 lid 2 van deze regeling komen te vervallen. Dit houdt in dat woco’s niet langer verplicht zijn om maatschappelijk vastgoed boven het drempelbedrag van €.4,845 miljoen (excl. btw) Europees aan te besteden. Deze verplichting tot Europees aanbesteden boven het drempelbedrag was namelijk wel neergelegd in de Tijdelijke Regeling DAEB. Deze wijziging is in lijn met de EU-beschikking omdat hierin geen verplichting tot Europees aanbesteden van maatschappelijk vastgoed is opgenomen. De Minister heeft tot de wijziging besloten vanuit het oogpunt van de administratieve lastenverlichting en bovendien zou deze maatregel de selectie van partijen vereenvoudigen.
 
Maar deze recente wijziging is absoluut niet een oplossing voor de destijds door de woco’s verwachte problemen. Met deze wijziging is vooral een lastenverlichting voor de woco’s beoogd, terwijl de reden waarom de woco’s het oneens waren met de EU-beschikking, gelegen ligt aan de kant van de (beoogde) huurders. Door de lage inkomensgrens belanden veel woningzoekenden tussen de wal en het schip: zij kunnen geen sociale huurwoning krijgen, er is onvoldoende aanbod van particuliere huurwoningen en een koopwoning is – zeker gelet op de huidige economische omstandigheden – niet haalbaar.
 
De zorgen van de woco’s zijn werkelijkheid geworden en er wordt aldus ook veel aandacht aan besteed in de media, o.a. in het programma Radar op 21 november 2011. Het probleem valt in meerdere facetten uiteen. Allereerst is de inkomensgrens te hoog zodat starters op de woningmarkt, niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning. Bovendien kunnen huishoudens met een middeninkomen die reeds een sociale huurwoning bezitten, niet doorstromen naar een andere huurwoning omdat zij ook vanwege de inkomensgrens niet voor verhuizing in aanmerking komen. Deze stagnatie volgt ook uit de mutatiegraad van vrijgekomen (sociale) huurwoningen. In 2009 was dat nog 8,1%, terwijl in 2010 dit al is gedaald naar 7,9%. Woco’s verwachten dat deze daling zich blijft voortzetten. Tot slot werken ook de huidige economische situatie en de prijzen in de vrije huursector niet mee om de stagnatie in de sociale huursector tegen te gaan. Wanneer de inkomensgrens niet wordt verhoogd, komt de hele sociale woningmarkt op slot te zitten.
 
Hoewel de oplossing – verhoging van de inkomensgrens – in principe voor handen is, is het een politieke aangelegenheid dat dit nog niet is gebeurd. Het Europees Parlement heeft duidelijk te kennen gegeven dat de sociale huursector ook toegankelijk moet worden voor huishoudens met middeninkomen. In de EU-beschikking is neergelegd dat een woco de taak heeft om personen die door hun inkomen of door andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het vinden van hun passende huisvesting, te huisvesten of te doen huisvesten (zie ook artikel 2 sub a Tijdelijke Regeling DAEB). Brussel laat weten dat het aan de lidstaten zelf is om de voorwaarden waaronder ze deze taak vervullen, te bepalen. De inkomensgrens kán aldus worden verhoogd.
 
De steun voor de verhoging van de inkomensgrens is er, zowel vanuit Brussel als vanuit de Tweede Kamer (Motie Karabulut). Minister Donner heeft de motie echter naast zich neer gelegd en heeft aangegeven niet naar Brussel te gaan voor overleg. Hij voert hiertoe onder andere aan dat hij de procedure die de woco’s hebben aangespannen omtrent de EU-beschikking bij het Europese Hof wil afwachten. Een definitieve oplossing op korte termijn lijkt hierdoor nog niet in zicht.
 
November 2011
 
Door: mr. M. Jilsink
Contactpersoon: mr. B.M. Vijverberg
 
 

Bijlage(n):
Tijdelijke Regeling DAEB.pdf

Wijziging Tijdelijke Regeling DAEB.pdf