De Lex Silencio Positivo: vergunningen van rechtswege

In het EG-verdrag zijn enkele bepalingen opgenomen omtrent het vrij verkeer van diensten in de EU-lidstaten. De op 28 december 2006 in werking getreden Europese Dienstenrichtlijn is hier een uitvloeisel van. Door vermindering van regels en formaliteiten wordt beoogd het gemakkelijker te maken voor dienstverleners om zich in (geheel) Europa te vestigen en diensten te verrichten. Dit houdt in dat in alle Lidstaten, belemmerende en ingewikkelde wet- en regelgeving dient te worden opgeruimd of aangepast in overeenstemming met de bepalingen uit de richtlijn.

Dienstenrichtlijn
De Europese Dienstenrichtlijn is bijna helemaal integraal overgenomen in de Nederlandse Dienstenwet. De strekking van de Dienstenwet is dan ook gelijk aan die van de richtlijn en geeft onder meer de wettelijke basis voor de administratieve vereenvoudiging en inrichting van het elektronisch Dienstenloket voor bedrijven en het consumentenloket (zie ook Waterwet en Wabo). Ook worden middels de Dienstenwet enkele algemene voorschriften gegeven voor vergunningen en vergunningsstelsels. Bovendien wordt beoogd grondslag te bieden voor grensoverschrijdende administratieve samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de bevoegde instanties.  Slechts op een enkel punt gaat de Dienstenwet verder dan de richtlijn voorschrijft. Een voorbeeld hiervan is de Lex Silencio Positivo (LSP) die onder de Dienstenwet ruimere toepassing vindt dan uitsluitend de door de richtlijn voorgeschreven reikwijdte.

Lex Silencio Positivo
Artikel 14 lid 3 van de Dienstenrichtlijn verplicht tot het invoeren van deze LSP, de van rechtswege verleende vergunning. Dit houdt in dat wanneer binnen een bepaalde termijn na aanvraag van een vergunning een antwoord vanuit het bestuursorgaan uitblijft, de vergunning geacht wordt automatisch – van rechtswege – te zijn verleend. Bedoeling van de LSP is om er voor te zorgen dat beslissingen door overheden op tijd worden genomen. De wetgever acht het wel van groot belang dat de rechten van derden hierdoor niet worden aangetast. Voor de van rechtswege verleende vergunning zullen de voorschriften die normaal aan vergunningen worden verbonden, onverkort blijven gelden. Een van rechtswege verleende vergunning mag niet in strijd zijn met bestaande wet- en regelgeving.
De LSP wordt in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een facultatieve regeling gegoten. Hiertoe wordt een nieuwe paragraaf in de Awb opgenomen, te weten paragraaf 4.1.3.3. Het facultatieve karakter van de LSP houdt in dat deze enerzijds zal gaan gelden voor bepaalde rijksvergunningen en anderzijds facultatief is voor decentrale overheden. Vergunningverlenende (decentrale) overheden moeten in hun eigen wet- en regelgeving wel expliciet per vergunningsstelsel bepalen of en wanneer de LSP van toepassing is.   

Naast de 21 vergunningsstelsels waar de LSP reeds bestaat, wordt deze ten aanzien van 24 andere vergunningsstelsels ingevoerd. Een lijst van de vergunningsstelsels die onder de LSP vallen, is opgenomen in de kamerbrief d.d. 3 december 2008, die hieronder als bijlage is toegevoegd.

Bijlage(n):
Kamerbrief LSP 3 december 2008.pdf