Nieuw aansprakelijkheidsregime in De Nieuwe Regeling 2011 toereikend?

De Nieuwe Regeling 2005 heeft inmiddels een opvolger:  de DNR 2011. Behalve enkele inhoudelijke wijzingen, kenmerkt de herziening in de vorm van de DNR 2011 zich door duidelijkere formuleringen en een betere aansluiting op de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek. In dit artikel wordt het nieuwe aansprakelijkheidsregime kort besproken en bekritiseerd.

In het artikel ‘De DNR in de praktijk’ (klik hier voor het artikel) op onze website, gaven wij reeds aan dat het gemaximeerde bedrag voor aansprakelijkheid van de adviseur een discussiepunt is. Hieraan wordt in de DNR 2011 deels tegemoet gekomen. Volledig nieuw in de DNR 2011 is het zogenaamde tweesporig aansprakelijkheidsregime in artikel 15 DNR 2011. Bij verlenen van de opdracht moeten de opdrachtgever en de architect/adviseur kiezen tussen een maximale aansprakelijkheid  van de architect ter hoogte van €.1.000.000,-- of van €.2.500.000,--. Aanleiding hiervoor is de behoefte vanuit de praktijk om opdrachtgevers met een ruimere aansprakelijkheid tegemoet te komen.

De keuze voor het hogere bedrag zal zonder meer tot hogere verzekeringspremies leiden. Het is zaak dit tijdig te bespreken. Het is eveneens zaak als opdrachtgever er zorg voor te dragen dat de keuze voor het hogere bedrag ook daadwerkelijk is verzekerd. Een opdrachtgever heeft er geen enkel belang bij om in de opdracht een risico bij de architect neer te leggen dat feitelijk niet verzekerd is (de organisatiestructuur van architectenbureaus is niet zodanig – oftewel ze zijn laag gekapitaliseerd – dat zij substantiële en onverzekerde claims zelf kunnen dragen).

Artikel 16 DNR 2011 waarin de vervaltermijnen voor opdrachtgevers zijn neergelegd, is ook gewijzigd. Deze vervaltermijnen stellen opdrachtgevers in de praktijk vaak voor nare verrassingen. Vervaltermijnen hebben tot gevolg dat aanspraken op schadevergoeding of eventueel nakoming van de overeenkomst komen te vervallen, indien niet binnen de gestelde termijn de voorgeschreven actie wordt uitgevoerd. Dat is enerzijds een tijdige schriftelijke aanschrijving en anderzijds het tijdig starten van een procedure. Vervaltermijnen kunnen niet worden gestuit, anders dan verjaringstermijnen, zoals we die kennen in het Burgerlijk Wetboek.

In de tekst van de DNR 2011 is de schriftelijke ingebrekestelling met bekwame spoed vervangen door een schriftelijk en met redenen omkleed protest binnen bekwame tijd. Blijkens de toelichting op de DNR 2011 is met deze tekstwijziging beoogd beter aan te sluiten op de terminologie in het Burgerlijk Wetboek. Dit zou ook moeten betekenen dat bij toepassing het algemene burgerlijk recht geldt en geen afwijkende regeling is beoogd. Hier bestond onder de oude DNR wel onduidelijkheid over. Hopelijk zijn de uiterst rigide termijnen van de oude DNR en de voorlopers hiermee daadwerkelijk genuanceerd.

Het blijft met het oog op de vervaltermijnen evenwel aanbevelenswaardig om steeds zo snel mogelijk schriftelijk te protesteren, zodra fouten zijn ontdekt.

oktober 2011

door mr. M. Jilsink
contactpersoon is mr. P.W.H. van Wijmen

Bijlage(n):
DNR 2005.pdf

DNR 2011.pdf

Tekstvergelijking DNR 2005-2011.pdf