Nasleep van de Bos en Lommerplein-casus

Bos en Lommerplein
 
Op 11 juli 2006 werden de bewoners van het multifunctionele complex ‘Bos en Lommerplein’ geëvacueerd; door verschillende constructiefouten kon de veiligheid niet langer gegarandeerd worden. Vraag die centraal stond was: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Voor de beantwoording van deze vraag is er door de gemeente Amsterdam een onderzoekscommissie ingesteld.  In ‘Gebroken Hart’ d.d.15 januari 2007, rapporteert de commissie Bos en Lommerplein over haar bevindingen met betrekking tot de bouwconstructieve problemen bij het multifunctionele project.
                                        
Gedurende het onderzoek heeft de commissie getracht te achterhalen wat de oorzaken van de vele bouwkundige gebreken zijn, tevens met het doel ter voorkoming van vergelijkbare incidenten in de toekomst.
 
Uiteraard kon geconcludeerd worden dat partijen hun werk beter hadden moeten doen; uitvoering en controle van de vereiste werkzaamheden moet preciezer. Echter, de onderzoekscommissie heeft naast deze conclusie tevens andere –dieperliggende- conclusies kunnen trekken.
 
Gebleken is dat het toezicht een belangrijke falende factor is geweest. De onderzoekscommissie heeft geen schriftelijke bewijzen kunnen vinden dat er op de cruciale momenten toezicht heeft plaatsgevonden door de marktpartijen of de overheid.
 
Daarnaast is geconcludeerd dat het stadsdeel geen zinvolle invulling heeft kunnen geven aan bouwtoezicht, mede omdat ze niet op de hoogte waren van de inhoud van de toetsing en vergunningen. De complexiteit van het project heeft geleid tot een onderwaardering van de veiligheidsaspecten.
 
Bovendien kwam uit het onderzoek naar voren dat indien partijen een goede reputatie genieten, zij te weinig worden gecontroleerd. Deze constatering is van belang voor indirect toezicht en tweedelijnstoezicht.  
 
De oorzaken voor tekortschietend toezicht zijn herkenbaar voor de praktijk. Bos en Lommerplein heeft zeker geleid tot aanvullende maatregelen in relatie tot toezicht. Schaduwwerking van de casus is dat de partijen die deelnemen aan het bouwproces geneigd zijn verantwoordelijkheden af te schuiven in plaats van te nemen.