Artikelen Overheid

Ruimtelijke effecten zonneparken nader bezien

Eerder verscheen er van onze hand al een korte blog over een tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ‘Afdeling’), waarin de Afdeling oordeelde dat het in casu bestreden besluit, verleend ten behoeve van de realisatie van een zonnepark in Sappemeer, in strijd was met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. De Afdeling kwam tot dat oordeel omdat het college onvoldoende had gemotiveerd om welke reden de nadelige effecten van het zonnepark voor de omwonenden niet onaanvaardbaar behoefden te worden geacht. De Afdeling heeft door oplegging van een bestuurlijke lus het college opgedragen om binnen zes weken na de datum van uitspraak het bestreden besluit opnieuw te motiveren.

In navolging van de bestuurlijke lus is op 17 juli 2018 een brief met een nadere motivering van het college aan de Afdeling gezonden. Deze nadere motivering en de hiertegen ingediende zienswijzen zijn in de uitspraak van de Afdeling van 14 november 2018 behandeld.

In haar nadere motivering heeft het college zich (terecht) beperkt tot de opdracht in de bestuurlijke lus en alleen een nieuwe belangenafweging gemaakt, waarbij de maximale mogelijkheden die de vigerende bestemmingsplannen toestaan zijn afgezet tegen de mate waarin het beoogde zonnepark daar inbreuk op maakt. Het college heeft overwogen dat met de komst van het zonnepark alleen het uitzicht verandert en dat voor het overige geen nadelige effecten van het zonnepark zijn te verwachten. Er vinden geen grootschalige bodemingrepen plaats, de zonnepanelen produceren geen geluid, de weerkaatsing van de zon heeft geen gevolgen voor de verkeersveiligheid omdat reflectie altijd omhoog is gericht, het zonnepark heeft minimale verkeersaantrekkende werking omdat het slechts incidenteel zal worden bezocht voor beheer en onderhoud en de locatie kent lage natuurwaarden, aldus het college. Het veranderend uitzicht tast het woon- en leefklimaat van appellanten niet zodanig aan dat tot het oordeel zou moeten worden gekomen dat aan vergunningverlening niet zou kunnen worden meegewerkt. Om die reden heeft het college het bestreden besluit dan ook verleend. De Afdeling acht deze motivering voldoende en laat het bestreden besluit in stand.

De gemeente Sappemeer blijft in haar nadere motivering in het geheel weg van het (eerder door haar in dit kader aangehaalde) provinciaal beleid omtrent glastuinbouw. De beschouwing van de directe ruimtelijke effecten van het te realiseren zonnepark zijn genoeg gebleken om de geconstateerde gebreken te herstellen. Deze uitspraak vormt een mooie handleiding voor besluiten rondom zonneparken. Gemeenten doen er verstandig aan om – naast het vigerende (gemeentelijk en provinciaal) beleid omtrent zonneparken – ook de ruimtelijke effecten in ogenschouw te nemen. Duidelijk zal moeten worden gemotiveerd hoe deze effecten zijn meegewogen in de belangenafweging, alsook waarom deze al dan niet doorslaggevend zijn geacht.

Leonie Muetstege, november 2018

Contactpersonen: